Goedemorgen

Mijn schoonzoon vroeg voor zijn verjaardag een vis. Hij heeft een behoorlijke vijver in de tuin en daar zitten al veel vissen in. Sarasa’s, windes en dat soort. Maar hij wilde er graag een grote bij. Leuk om te geven en ik mocht mee om er eentje uit te zoeken. Het werd een, eigenlijk best lelijke, maar grote vis. Een Shubunkin. En nu heb ik de hele tijd een wijsje in mijn hoofd, van lang geleden. “Een vis, een vis, een hele dikke vis”, en dat dan steeds weer.

Vergeten ben ik het nooit. ‘s Avonds hebben de jongens, mijn broertjes van 12 en 10 jaar, alles zorgvuldig klaargezet. De vishengels nagekeken, nieuwe sterke vishaakjes aan de snoeren gebonden. Een blikje wormen erbij. Op die vroege morgen in mei verlaten ze haast sluipend het huis. Half zes in de morgen, iedereen ligt nog in diepe rust. En zij stilletjes de achter trap af, de deur uit. Zo hadden ze het samen bedacht. De zon schijnt net haar eerste felle stralen boven de horizon uit en daar gaan ze. En nauwelijks hebben ze de snoeren in de gracht gegooid en ja hoor. De oudste z’n dobber verdwijnt onder water. Ze hebben beet! Een sterke vis gaat er met dobber en snoer bijna vandoor. Gelukkig heeft mijn broer de hengel stevig vast, maar samen hebben ze houden en keren, zodat de vis er niet met de hele handel vandoor gaat. Even later spartelt een zware vis boven water. Wat een vangst! Hoog, uit het water optillend en daar gaan ze.

“Een vis, een vis, een hele dikke vis”, jubelend gaan ze door de nog stille straten. Hun schelle jongensstemmen klinken tegen de huizen op. “Een vis, een vis, een hele dikke vis”. Zo gaan ze naar huis, de hengel met hun buit als een vaandel voor zich uit dragend. Naar boven de achter trap weer op en nog steeds luid zingend: ‘‘Een vis, een hele dikke vis”. En boven worden onze, net nog diep slapende ouders, zo uit de slaap opgeschrikt. Een vis, een vis een hele dikke, spartelende vis hangt boven hun nog half slapende hoofden. Moeder verdwijnt met een ruk onder de dekens. Húh, zo’n dikke, spartelende, glibberige vis, dreigend boven je hoofd. Het zal naast je in bed vallen!

Néé, zo’n gebeurtenis vergeet je je hele leven niet. Een vis, een vis, een hele dikke vis.

Betty de Wit
Betty de Wit