Krakers

Twee tortelduiven hebben deze week mijn terrasverwarming gekraakt. Zij hebben boven op mijn verwarming hun nest gebouwd. En over de rand van dat nest gluurden ze me triomfantelijk aan. Zo van, kijk ons eens, zitten we hier niet mooi hoog en droog? Maar dit kan echt niet, zo sprak ik hen toe. Er zou zelfs brand van kunnen komen. Jullie met al dat droge nestmateriaal en als ik dat kacheltje dan aan zou doen? Alles vliegt zo in de fik. En denk eens aan de eitjes die jullie daar willen leggen? Ze worden daar gekookt waar je bij zit. Bovendien, de aan- en afvliegroute zou over mijn hoofd gaan. Al jullie uitwerpselen zouden op mijn hoofd neerkomen. Nee, dit kan echt niet.

Duiven balkon krakers

Mijn hulp ontruimde dat nest dus onverbiddelijk. Maar net als bij de mensen, zijn ook deze krakers hardnekkig. Een uur later kijk ik naar buiten en verdraaid daar zitten ze weer. In een nieuw nest, hoe is het mogelijk? Pa Tortel is nog wel druk bezig om stokjes te zoeken, een mooi gezicht, maar dit kan echt niet. De volgende ochtend, wordt het nest opnieuw ontruimd en een uur later, een nieuw nest en weer die overwinnaarsblik in die tortelduiven ogen. “Wij nestelen hier”.

Mijn hulp is vindingrijk. Zij fietst even naar haar huis en komt terug met een rolletje gaas en ander materiaal. Daarmee sluit ze de mogelijkheid om op mijn terraskachel te nestelen voorgoed uit. Hé, hé, nu kan ik mijn terrasverwarming weer gebruiken.

Maar ach, die arme duiven. Heel zielig, in elkaar gedoken zitten ze daar. Vanaf de balkonrand staren ze naar hun plekje waar ze zo hoopvol aan het bouwen waren. Ik word er beroerd van en spreek ze toe. “Kijk hier, aan de zijmuur hangt een lege plantenbak. Daar kunnen jullie toch ook fijn in nestelen en ik zou dat wel willen tolereren”. Maar de tortels schuiven triest, diep verdrietig naar elkaar toe. Zo blijven ze de hele middag zitten en ik voel me schuldig.

Maar de volgende morgen, grote verrassing. Hebben die tortels me begrepen? Ze zijn druk bezig een nieuw nestje te maken. Ja, in de plantenbak. Ik fleur er helemaal van op, want zielig was het. Helaas, later die middag zijn ze verdwenen.

Maar de vogels vinden me ondanks alles schijnbaar toch wel aardig. De morgen er na vliegt een koolmeesje door de geopende balkondeur mijn kamer in. De kat heeft de dag van haar leven en racet er achteraan. Allebei vliegen ze tegen de ramen op. En weer schiet mijn helpster in nood me te hulp. Zij weet met een theedoek het beestje te vangen en even later vliegt het koolmeesje luid jubelend de vrijheid tegemoet.

Betty de Wit
Betty de Wit