Teruggevonden kater

Verhalen over huisdieren doen het altijd goed. Zo kreeg ik een tijdje geleden leuke reacties op het avontuur van Castor, de hond van mijn zus. Die hond, maar ook mijn zus zijn al lang niet meer onder ons. Ik herinner me haar als een bijzonder mens en ik kan eindeloos vertellen over allerlei gebeurtenissen in haar leven. Ze heeft niet alleen honden gehad, maar ook katten…

Miauw… miauw… de deur kiert open en een prachtig, gitzwart katertje komt de kamer bin­nen, zijn staart als een vaandel recht omhoog. “Wat schattig, hoe kom je daaraan?”, vraag ik mijn zus. “Bij de buren hadden ze jonge poesjes. Ik was er als eerste bij en heb deze uitgekozen. Hij is helemaal zwart, daarom noem ik hem Moortje”.

Na een paar maanden, gaat bij mij de telefoon. Het is mijn zus: “Mijn Moortje is weg. Vorige week heb ik hem nog laten castreren. De hele week heb ik hem zorgvuldig binnen gehouden en goed verzorgd. Vanmorgen komt er iemand aan de deur en floep, weg is Moortje”. “O meid, die komt wel terug”, probeer ik haar te troosten.

Maar de kat is en blijft weg. Hoe mijn zus ook zoekt en roept, geen Moortje. Als wijkverpleegster komt ze overal in en om haar dorp en telkens is haar vraag: “Heeft u ook een zwarte kat gezien?” De krant komt er zelfs aan te pas: “Zwarte kat gezocht, ongeveer een halfjaar oud”.

En warempel, drie weken later krijg ik een opgewon­den zus aan de telefoon: “Hij is er weer, Moortje is terug. Een mevrouw uit een dorp, twintig kilometer verderop, heeft hem gevonden. Ik ben er zo snel mogelijk naar toe gegaan en ja hoor, het was Moortje. Maar och, wat ziet het arme beest er uit. Hij hinkt op drie pootjes en máger, je kunt het je niet voorstellen. En ik weet ook al hoe hij daar is gekomen. Donderdags komt hier altijd een vleesauto, om de slager te bevoorraden. Natuurlijk is Moortje daar ingesprongen en toen de chauffeur de deuren dicht sloeg, is zijn pootje er tussen gekomen. Zijn pootje is gebroken en de wond vreselijk ontstoken”. Zo ratelt mijn zus maar door. “Nou gelukkig, het beest is terecht en in goede verpleegsters handen”, zeg ik. Wel gaat het even door mij heen, hoe weet ze waar dat beest is geweest: kan die kat soms praten?

Dat hij goed verzorgd wordt, blijkt me een week later, als ik bij haar langs kom. Ze heeft de kat in een soort houdgreep en zijn pootje in het sodawater. “Dat moet iedere dag”, zegt ze. Vervolgens wordt er verband omheen gewikkeld en met een stokje ver­stevigd, zodat het beest als het ware met een kruk loopt. Heel vernuftig.

Zo zoetjesaan heelt de poot en de je-weet-wel-kater, goed gevoerd met lekkere hapjes van de slager, wordt hoe langer hoe dikker. Tot mijn zus een weekend naar onze moeder gaat. De kat gaat mee. En ja, daar gebeurt dan iets heel bijzonders. Midden in de nacht begint die kater toch te miauwen. Mijn zus gaat kijken. Ook moeder komt uit bed: Wat is er aan de hand?

Helemaal verbluft staren ze met open mond naar een nest jonge poesjes, wel vier exemplaren…

Betty de Wit
Betty de Wit