Wat een geheugen

Laatst las ik in de krant van een kat uit Hengelo die in Amsterdam was beland. Die werd met zijn baasje herenigd dankzij een chip. Ik heb zo’n soort verhaal van een hond, Astor. Het is lang geleden dat dit is gebeurd, maar gebeurd is het wel.

Destijds had mijn broer een meubelzaak in de binnenstad, dus in het centrum. Mopperend komt zijn medewerker het kantoor binnen: “Wat die hond toch mankeert? Tot drie keer toe heb ik hem al weggejaagd, maar hij wil naar binnen”. Mijn broer, een echte hondenliefhebber, loopt naar de deur om te kijken wat er aan de hand is. Als hij de deur open doet, loopt er een forsgebouwde boxer naar binnen. Verbluft ziet hij hoe de hond rechtstreeks het woongedeelte binnen gaat. “Maar… dat is Astor, de hond van mijn zus. Hoe komt díe hier?” Uitgeput, de tong uit de bek hangend, loopt het dier de woonkamer in.

Eerst geeft mijn broer hem een bak water en daar valt Astor, als uit gedroogd op aan. Languit op de grond laat hij zich neerzakken. Daar ligt hij, maar hoe hij hier is gekomen? Mijn zus, en dus ook de zus van mijn broer, is wijkverpleegster in een dorp en woont zo’n 25 kilometer verderop. In die tijd had je nog geen mobiele telefoon en belde je van huis tot huis, dat was de enige mogelijkheid. Als hij haar opbelt, krijgt hij geen gehoor. Hij bedenkt dat ze natuurlijk aan het werk is. Straks nog maar eens proberen, maar hoe die hond hier gekomen is?

Later op de dag, belt onze vader hem, deze is wat aangeslagen. “Dat is ook wat, logeert Astor hier en nu is hij weg. Ik loop maar te zoeken. Nee, je zus is op vakantie en och, wij willen wel op dat beest passen. Maar de hond is nergens te vinden”. Nu woonden onze ouders ook zo’n dertig kilometer weg, maar precies de andere kant op. “Ja”, zo vertelt pa verder, “je moeder is een dagje uit. Ze is vanmorgen al vroeg met de trein vertrokken en sindsdien is de hond weg”.

Later op de avond, als moeder weer thuis is, wordt duidelijk hoe het waarschijnlijk is gegaan. “Och, och, dan is die hond me toch na gelopen. Vanmorgen, toen ik de deur uitging, ontsnapte hij me en omdat ik al laat was voor de trein heb ik hem naar huis teruggestuurd. Hij leek ook gehoorzaam te gaan. Maar hij is me blijkbaar toch gevolgd en langs de spoorlijn achterna gerend. Het arme beest, dat was wel dertig kilometer”, zo probeert moeder de zaak te recapituleren. Astor moet vanaf het station in de woonplaats van mijn broer, naar diens winkel zijn gelopen. Natuurlijk was Astor daar, samen met mijn zus wel eerder geweest, maar dan gingen ze altijd met de auto. Hoe bestaat het dat die hond niet alleen langs het spoor, maar ook door de hele binnenstad de weg naar de meubelzaak van familie wist te vinden? Grote verbazing alom. Het raadsel is nooit opgelost.

Astor had geen chip, maar hij had duidelijk wel een prima geheugen, alleen het praten ontbrak hem!

Betty de Wit
Betty de Wit