We leven bij de dag

Nederlands Dagblad. Roeland van Mourik, 22 maart 2014

De oudere van tegenwoordig, wie is dat? Vandaag: Betty de Wit uit Harderwijk. Ze maakt gedichten, heeft een optimistisch karakter en kent haar man vanaf haar dertiende.

Ik was 66 jaar toen ik begon met dichten. Nadat alle kinderen uit huis waren, voelde ik me zo eenzaam en had last van het lege-nest-syndroom. Ik voelde me heel alleen zonder vijf dochters en zoon. Ik stond als ouderwetse huismoeder altijd voor ze klaar. Ik had nooit iets anders gehad dan me bezig te houden met de kinderen. Samen met een vriendin ben ik toen naar een cursus korte verhalen schrijven gegaan. De kleinkinderen noemen mij een schudoma, je hoeft maar aan me te schudden of er komt een verhaal uit. Op de cursus mocht ik altijd als eerste mijn verhaal voorlezen, omdat het volgens de mede-cursisten zulke mooie verhalen waren.

Nadat de cursusleider ons het schrijven van korte verhalen geleerd had, zei ze: Ik ga jullie dichten leren. Je moest elke week met een gedicht komen, dus je had een stok achter de deur. Inmiddels heb ik samen met mijn man in eigen beheer twee dichtbundels uitgegeven en worden er geregeld gedichten van me geciteerd. Bijvoorbeeld in het Bijbels dagboek Honingdroppels. Ik sta daarin tussen de groten, zoals A.F.Troost en Inge Lievaart. Ik heb nu zon honderd gedichten geschreven. Ik schrijf ze eerst uit op papier, later typ ik ze uit op mijn laptop mijn veredelde typmachine. Het schrijven van een gedicht is voor mij verwerking van wat ik heb meegemaakt. Bijvoorbeeld toen mijn vader de ziekte van Alzheimer kreeg en mijn broer die het syndroom van Down heeft daar niets van begreep. Daar zat ik mee. Jaren later heb ik er een gedicht over geschreven, ik zal het voorlezen:

dag meneer

mijn vader is mijn naam vergeten / kom ik op bezoek, gaat hij staan / en licht voor mij zijn hoed / hij zegt dan: dag meneer / uw naam weet ik niet meer

geef ik hem een hand, / afwezig staart hij me eens aan / licht dan beleefd zijn hoed / en zegt hij dag meneer /

uw naam weet ik niet meer

klaag ik:

ik ben vaders eigen zoon / dat kunt u toch niet vergeten? / maar hij gaat staan en licht zijn hoed / uw naam weet ik niet meer

die ben ik glad vergeten / dag meneer

Toen dit gedicht af was, had ik het verwerkt. Ik kon het toen pas echt loslaten.

Mijn man leerde ik kennen toen ik 13 jaar was. We liepen een straatje om in Harlingen, onze geboorteplaats. Het geheim van onze relatie is: Yes, dear. Door dat te zeggen laat je zien dat je boven meningsverschillen staat. Die zijn er weleens, maar dat kan lijen, om het ouderwets te zeggen. We hebben dezelfde richting in ons leven en zijn elkaar tot steun en toeverlaat. Toen ik thuiskwam na een zware hartoperatie, zei ik: Hier is je aangespoelde wrakhout. Hij stond in die tijd voortdurend voor me klaar.

Het was een moeilijke periode na de hartoperatie, die in augustus vorig jaar plaatsvond. Het duurde een tijd voordat ik opknapte. Ik heb sinds die tijd niet meer gedicht. Voor de operatie zei ik: Of ik word wakker op mn bed, of ik word wakker in de hemel. Ik heb in die tijd veel aan Psalm 84 gehad. Ik heb de tekst in mijn agenda geschreven.

Want God, de Heer, zo goed, zo mild,

is t allen tijd een zon en schild.

Hij zal genaad en ere geven;

Hij zal hun t goede niet in nood

onthouden, zelfs niet in de dood,

die in oprechtheid voor Hem leven.

Welzalig, Heer, die op U bouwt,

en zich geheel aan U vertrouwt.

Na de operatie moet ik elke dag zeven pillen innemen. s Morgens vier, tussen de middag één en savonds twee. Gelukkig heb ik een optimistisch karakter, dat heb ik van mijn moeder. Inmiddels kan ik weer een blokje om lopen en afgelopen Kerst heb ik weer een gedicht geschreven.

We leven bij de dag. Bij de afgelopen jaarwisseling bedachten we dat dat de laatste jaarwisseling zoukunnen zijn die we samen meemaken. Het moeilijkste is dat we weten dat een van ons alleen achter zal blijven. Dat zal zwaar zijn. Maar als het hier moeilijk is, kweekt God een verlangen naar dehemel. Als het hier altijd makkelijk ging, zou jeniet zo verlangen naar de hemel, waar alles goedis.